Ruitershofje

Oprichting
De rijke bierbrouwer Henrick Ruyter kocht in 1545 een perceel grond aan in de Nieuwstad dat later de Gasthuisstraat heette, voor de oprichting van een armenhuis, het latere Ruytershofje. Op dit perceel verrezen de eerste woningen van het Ruytershofje. In 1570 werd het naastgelegen huis aangekocht en werd het armenhuis, soms ook het Barbaragasthuis genoemd, in 1571 uitgebreid tot een complex van 19 woningen. Henrick Ruyter nam zelf het bestuur van zijn levenswerk op zich. Lang echter heeft hij dit niet kunnen uitvoeren. Tijdens het Zutphens beleg in 1572 is hij door de Spanjaarden beestachtig vermoord.

Na zijn dood heeft zijn familie slecht zorg gedragen voor de armenhuisjes waardoor zij in verval raakten. In 1784 kocht de Sint Anthony Groote Broederschap het complex uit een faillissement. Deze stichting is tot op de dag van vandaag de eigenaar. Het bestuur besloot in 1786 alle huisjes af te breken en een heel nieuw hofje te bouwen. In 1788 en 1789 werden in totaal 20 nieuwe huisjes gebouwd. In 1897 besloot men een geheel nieuw hof te bouwen op een daartoe gekocht perceel aan de Berkelsingel. Het oude Ruitershofje werd op 8 juni 1898 verkocht aan het Oude en Nieuwe Gasthuis.

Aan de Berkelsingel verrees in 1898 een hoofgebouw met in het midden een poort met portierswoning en twee dubbele (voor echtparen) bovenwoningen waarop aan weerszijden een blok woningen aansloot van een dubbele en vier enkele woningen. Al deze woningen bestonden uit twee vertrekken naast een zolder en een kelder. Verder werden om de binnentuin met centraal de gemeenschappelijke pomp, nog 18 woningen gebouwd en aan de westzijde verrees een gebouw dat behalve vergaderkamer voor het bestuur ook een archiefkamer met brandvrije kluis en een vertrek voor het uitdelen van zgn. preuvingen bevatte.

De 34 woningen zijn verbouwd tot 17 benedenwoningen. De consequentie van deze investering was dat de bewoners hier voortaan niet meer ‘om niet’ konden wonen maar naast een bescheiden huur ook de elektriciteit zelf moesten betalen.

De bestuurskamer werd inclusief lambrisering, haard en tegels verplaatst naar het poortgebouw in de voormalige conciërgewoning die al geruime tijd leeg stond.

In mei 2015 is het Ruitershofje tot een ‘echt hofje’ gemaakt door de realisatie van een afsluitende muur en een nieuwe woning, die geheel in aansluiting op de bestaande bouw is gebouwd. Het openbare binnenterrein is fraai ingericht met twee prachtige magnolia’s, diverse hortensia’s en een kunstwerk van Frank Letterie. Dit kunstwerk stelt 3 ruiters te paard voor en verwijst op speelse wijze naar de naamgever van het hofje, Henrick Ruyter. De gedenkplaat is voorzien van een kwatrijn van Ida Gerhardt.

Bewoning
De huisjes waren bestemd voor weduwen, ongehuwde vrouwen en echtparen van tenminste 50 jaar. De bewoners moesten protestant zijn en kunnen aantonen dat ze een onbesproken leven hadden geleid. Om 22.00 uur ging de poort dicht en om 22.30 uur het licht uit. Mensen van buitenaf was het niet toegestaan om binnen het hofje de nacht door te brengen. Hier werd nauwlettend op toegezien door de portierster die bij de ingang van het hofje woonde. In 1974 werden de huisvestingsmogelijkheden verruimd; een ieder die naar het oordeel van het bestuur hieraan behoefte heeft, kan in aanmerking komen voor huisvesting.

Huur
Uit een overeenkomst uit 1729 blijkt dat bewoners een inkoopsom moesten betalen die werd aangewend voor het herstel en onderhoud van de woningen. Voor de nieuwe huisje die in 1788/1789 werden gebouwd in opdracht van de Broederschap moesten nieuwe bewoners entreegeld betalen van 50 gulden voor een huisje aan de binnenplaats, terwijl een huisje met uitzicht op straat 60 gulden moest opbrengen, echtparen betaalden respectievelijk 60 en 100 gulden. Daar stond tegenover dat de bewoners er de rest van hun leven konden wonen en recht hadden op wekelijkse ‘preuvingen’. Vanaf 1980 betaalde men voor het eerst een bescheiden huur en ging men ook zelf de elektriciteit betalen.

Tegenwoordig worden de woningen regulier verhuurd via de stichting BOG en kan een ieder die hierbij staat ingeschreven als woningzoekende in aanmerking komen voor bewoning.

Preuvingen
Preuvingen waren uitkeringen die tot 1910 in natura werden gedaan. De bewoners kregen wekelijks ondersteuning in hun eerste levensbehoeften, zoals boter en brood. In 1910 ontving men als proef wekelijks 60 cent, dat in 1918 inmiddels was verhoogd tot 1 gulden per week. Het aantal proveniers bedroeg toen 180 en werd vervolgens tot 200 uitgebreid. De naoorlogse jaren brachten grote veranderingen in de uitkeringen van preuvingen, die vanaf de oprichting van de Broederschap in 1451 wekelijks hadden plaatsgevonden. In 1945 besloot men uitbetaling eens per maand te doen plaats vinden, terwijl in 1954 al ter sprake kwam of de preuvingen niet beter besteed konden worden aan verbetering en uitbreiding van het Ruitershofje. In 1957 werd besloten opengevallen preuvingen niet meer te vergeven. Na invoering van de Algemene Bijstandswet werd per 1 januari 1965 de uitbetaling van preuvingen gestaakt, hetgeen vanaf dat moment door de Dienst Sociale Zaken gebeurde. Hiermee kwam een einde aan een meer dan vijfhonderdjarige traditie.

Ruitershofje
Berkelsingel 38
Zutphen

Het hofje wordt beheerd door
Stichting BOG (Stichting tot Beheer van Onroerende Goederen)
Berkelsingel 30
7201 BL Zutphen
www.stbog.nl