Hofje van Cincq

Cornelis Cincq kwam uit een goed nest. Een regentenfamilie van lakenkopers en steenbakkers. Zijn vader, Gerard Cincq, was burgemeester van Gouda. Cornelis zag het levenslicht in 1649. Over zijn jeugd is helaas niets bekend. Toen hij 20 jaar was, ging hij Rechten studeren in Leiden; drie jaar later vervolgde hij zijn studie in Utrecht. Meester in de Rechten. En hij werd benoemd als Advocaat bij het Hof van Holland. Een belangrijke functie, maar ook een ere-baantje.

Het is er nooit van gekomen
Cornelis was verliefd. Op Alida Wagtendorp, dochter van de dominee. Toen werd binnen belangrijke families dit nog vastgelegd met een notariële acte, daarom weten wij het nu.
Maar of Alida niet wilde trouwen, of dat haar vader tegen dit huwelijk was? We kunnen er alleen maar naar raden. Cornelis overleed toen hij 49 jaar oud was. Waarschijnlijk aan de Pest. Met veel pracht en praal werd hij begraven in de Sint Janskerk.

Het testament
Toen hij zijn einde voelde naderen ontbood hij Notaris Timmer. En zijn laatste wil werd vastgelegd en beschreven. Cornelis Cincq benoemde als zijn erfgenamen: de Armenzorg van de Gereformeerde Kerk. Aletta Cincq, zijn nicht. Ook zijn onbeantwoorde liefde, Alida Wagtendorp, werd niet overgeslagen, ze kreeg zijn woonhuis met inboedel aan de Hoogstraat (hoek Zeugestraat). Ook zijn dienstmaagd Geertruyd Zeegers, het Weeshuis en de Diaconie mochten mee-delen.
‘Verders begeert hij Testateur, dat de verdere goederen bij de hierna te noemen executeurs zullen worden geëmployeerd tot het aanbouwen en opsigten van eenige huysjes, om door arme menschen om niet te worden gewoond, […] dat voor dezelve huysjes of wel voor de poort van het erf zal moeten gesteld worden: Dit is de Fundatie van d’Heer en Mr. Cornelis Cincq […].’

De Regenten werden ook bij testament benoemd, zij moesten het karwei klaren. Maar ze namen het er goed van: kunnen we lezen in het goed bewaarde Rekenboek.

Werk aan de winkel
Als inspiratie voor dit Hofje bekeek men enige Leidse Hofjes, ook die oriëntatie-reis, inclusief alle verteringen, is terug te vinden in het Rekenboek. Voor ieder detail werd een specialist aangezocht. Twee architecten, een steenhouwer, een heraldicus, een metselaar, een glasmaker, enzovoorts. In Rotterdam werd de poort (prefab!) gemaakt. Al met al kostte dit Hofje 12.851 Gulden, inclusief bleekveld en tuin. En het was gereed in het jaar 1700, getuige de inscriptie boven de ingangspoort.

Bewoonsters
De Franse tijd bracht een ongewone bewoonster: Maria Jacoba, Baronesse van Tengnagel, douarière J.H. van Hoogenhuyse, die van 1812 tot 1814 het huisje rechts van de poort huurde. De lantaarn boven de achterpoort werd aangebracht na klachten over onzedelijke handelingen van een mans- met een vrouws-persoon. En dat allemaal vlakbij het enige stilletje (wc) van het Hofje: in de poort.

De nieuwe tijd
In 1860 werd het Hofje verbouwd en kreeg het haar huidige uiterlijk. Ramen op de begane grond werden groter gemaakt; de luiken werden verwijderd; de gevels gestuct en de Regentenkamer, boven de poort, werd verbouwd voor bewoning.

In de jaren zeventig werd het Regentschap opgeheven en één voor één werden de huisjes – merendeels aan de toenmalige huurders – verkocht. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werd het hele complex, onder toezicht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, door een gespecialiseerde aannemer en met hulp van de eigenaren gerestaureerd en werden de woningen, op twee na, per twee gekoppeld.

De huidige eigenaars/bewoners zijn blij met zo’n unieke woonvorm. Het is als ‘wonen in een dorp, midden in de stad’. En de binnenruimte van de Hofjeswoningen is vaak groter dan menige doorzonwoning. Een buitenkansje voor de liefhebber: twee van die mooie woningen staan nu te koop.

Hofje van Cincq
Nieuwehaven 246-270
2801 EE Gouda

Bezoek: vrij toegankelijk.