Van Brants Rus Hofje

De eerste steen voor de bouw van het Van Brants Rus Hofje aan de Nieuwe Keizersgracht 28-44 werd op 20 mei 1732 nog door de stichter zelf gelegd. Het hofje, gebouwd naar een ontwerp van de beroemde architect Daniel Marot, werd in 1733 in gebruik genomen. Toen was de stichter van dit hof voor ‘behoeftige arme vrouwen en weduwen’ echter al overleden. Zijn naam was Christoffel van Brants (1664-1732). Hij was een Amsterdamse lutherse koopman die zijn kapitaal verdiende door handel met Rusland. Hij raakte nauw bevriend met tsaar Peter de Grote. Sinds 1717 was hij ambassadeur van de tsaar in Amsterdam. Omdat hij een belangrijke rol speelde bij de consolidering van het gezag van tsaar Peter over Rusland en bij de bemiddeling van werkcontracten voor ambachtslieden die in dienst traden bij de tsaar, werd hij in 1717 vanwege zijn verdiensten in de Russische adelstand verheven. Ook logeerde Peter de Grote bij zijn tweede bezoek aan Holland bij Van Brants thuis aan de Keizersgracht 317 en op diens buitenverblijf Petersburg aan de Vecht. Christoffel stierf als één der rijkste mensen van zijn tijd.

Aan het eind van zijn leven stichtte Van Brants een hofje voor ‘behoeftige’ arme vrouwen en weduwen: het Van Brants Rus Hofje aan de Nieuwe Keizersgracht. Het bood huisvesting en onderhoud aan 48 vrouwen. In de franse tijd werd dit aantal verlaagd tot 28 personen. Vanaf 1984 wonen er studenten die na ballotage kunnen worden toegelaten.

Boven de entree van het hofje staat het volgende vers:
Brantz door de Koopmanschap tot Rijkdom en tot Eer
Geklommen, heeft mij, in der naarnacht van sijn leven
Den Ouden tot hun troost, ter wooninge gegeven.
Aanschouwer, is uw doen gezegend van den Heer
Volg Brantz in deugden en zijn liefde tot den armen:
Godt gaff hem, dat hij mild zig hunner kon erbarmen

Ao 1734

Christoffel van Brants schreef zelf de reglementen voor het bestuur en bewoning van het hofje. Zo waren en zijn er 5 regenten waaronder als voorzitter de oudst-dienstdoende predikant van de Lutherse Gemeente van Amsterdam en vier ouderlingen van diezelfde gemeente. Het hofje werd door inwonende huismeesters (de binnenvader en binnenmoeder genoemd) namens de regenten bestuurd. De inwonende dames moesten zich aan allerlei regels houden maar ontvingen ook veel.

De beneficiën
Deze beneficiën (goede gaven) geven naast de gave van het vrij wonen aan het provenierskarakter van het hofje extra accent. Een provenier was iemand die levenslang een prove genoot in of door een liefdadig gesticht of instelling. Het woord prove komt van het Latijnse woord provenda en betekent een liefdegave in natura. Deze goede gaven bedroegen in totaal een bedrag van f 75 per jaar per persoon.

Gebouw
Het hofje bestaat uit een hoog voorhuis aan de grachtzijde, twee lagere zijvleugels en een achterhuis rondom een binnenplaats. In de tuin achter het hofje staat een tuinhuis. Onder het gebouw zijn kelders die vanaf het begin aan wijnhandelaren werden verhuurd. Binnen het gebouw is nog de originele regentenkamer aanwezig alsmede een museum/stijlkamer waarin nog de twee boven elkaar geplaatste bedsteden te zien zijn. Onder de oorspronkelijke bedeling woonden er twee dames per kamer.

Rond 1972 is het hofje gerestaureerd en verbouwd om bewoning door verpleegkundigen van een nabij gelegen verpleeghuis mogelijk te maken. Toen deze geen gebruik meer maakten van de geboden ruimte is overgegaan tot bewoning door studenten.

Nieuwe Keizersgracht 28-44
1018 DS Amsterdam