De Papaverhof

In 1917 werd de Coöperatieve Woningbouw Vereniging Tuinstadwijk Daal en Berg opgericht, kortweg Daal en Berg genoemd. Bij de oprichting bestond de Raad van Commissarissen uit de architect H.P. Berlage, het Gemeenteraadslid W. Drees en de bankier C.W. Lunsingh Scheurleer. Het doel was de bouw van een complex middenstandswoningen op een terrein van 25 hectare in Den Haag. Na een lange periode van overleggen adviseerde H.P. Berlage om met de jonge architect Jan Wils (1891-1972) in zee te gaan. Hij immers begrijpt ‘de geest van het moderne’ aldus Berlage.

Wils ontwierp een complex van 128 woningen, bestaande uit 68 (eengezins)woningen, de ‘laagbouwwoningen’ genoemd en 60 appartementen, bekend staand als de ‘hoogbouwwoningen’. De bouw van het complex duurde van 1919 – 1922.

De 68 laagbouwwoningen vormen een ring van gedeeltelijk ruggelings tegen elkaar gebouwde woningen rondom de kern van het park Daal en Berg. Deze ring nu bestaat uit eenheden van twee woningen met een kleine voortuin. De voortuinen zijn essentieel in het ontwerp: vanaf de straat lijkt de bebouwing ‘in het groen te liggen’.

Doordat Wils de huizen ruggelings ten opzichte van elkaar had ontworpen en tussen de naast elkaar gelegen woningen een ruimte open liet, kregen alle woningen uitzicht op het park en de omliggende straat. Hierdoor kregen keuken en slaapkamer een goede lichtinval. De huiskamers zijn gelegen op het oosten, zuiden of westen. De woningen zouden aanvankelijk van het toen hypermoderne sintelbeton vervaardigd worden, dat beter geluidisolerend is en een kortere bouwtijd vergt. Problemen tijdens de bouw deed men er toe besluiten om toch terug te grijpen op baksteen. De buitenmuren werden echter wel wit gepleisterd.
De glas-in-lood ramen worden toegeschreven aan Vilmos Huszár en de schoorsteenpartijen aan Gerrit Rietveld. Wils kleurde kozijnen, ramen en deuren in okergeel, licht- en donkerblauw, een kleurenstijl die een symbiose betekende van het werk van Frank Lloyd Wright, Theo van Doesburg en de opvattingen van De Stijl. In de loop der tijd zijn deze kleuren wat veranderd maar bij de recente renovatie is de oorspronkelijke kleurstelling weer teruggebracht.
De 60 hoogbouwwoningen, de appartementen, vertonen grote overeenkomst met de laagbouwwoningen: een plastische bouw met diepe en verschuivende onderdelen. Door de hoogbouwwoningen in te delen in vrijstaande blokken van 6 appartementen met ruimten tussen de blokken, creëerde hij een min of meer gelijk ruimtelijk effect van ‘open bebouwing’.

Door bezuinigingen werden de hoogbouwwoningen ook in baksteen gebouwd in plaats van beton en werden diverse typerende vormelementen ‘glad gestreken’ waardoor ze in behoorlijke mate aan plastisch visueel effect inboetten. De eenheid tussen beide woningtypen is hierdoor helaas enigszins verloren gegaan. Gelukkig benadrukken de kleuren van de tuinhekken, die bij beide woningtypen hetzelfde is gebleven, de samenhang nog wel. De kleurstelling van de appartementen is andersom aan die van de laagbouwwoningen. Door de kleur van de bakstenen wordt deze kleurencombinatie helderder gevonden.

Daal en Berg is een coöperatieve vereniging. De leden (de bewoners) zijn lid van de coöperatie en uit hun midden wordt een bestuur samengesteld. Dat bestuur neemt onder meer de besluiten rond exploitatie en onderhoud van het complex, dat de status van Rijksmonument heeft. Het doel van de coöperatie is om de bewoners betaalbaar woongenot te bieden en het monument voor toekomstige generaties te behouden.

Omdat de appartementen niet meer voldeden aan de huidige wensen van wooncomfort, werd besloten tot een ingrijpende renovatie. Deze werd uitgevoerd in de jaren tachtig voor de laagbouwwoningen en in 2005 en 2006 voor de hoogbouwwoningen. Voor dekking van de kosten moest door de vereniging een lening worden afgesloten. Om deze lening te kunnen aflossen werd besloten tot verkoop van een deel van de laagbouwwoningen aan de huurders.

Woningbouwvereniging Daal en Berg
Klimopstraat 48a
2565 VK Den Haag
tel. 070 356 1753
info@daalenberg.nl
www.daalenberg.nl

Van Brants Rus Hofje

De eerste steen voor de bouw van het Van Brants Rus Hofje aan de Nieuwe Keizersgracht 28-44 werd op 20 mei 1732 nog door de stichter zelf gelegd. Het hofje, gebouwd naar een ontwerp van de beroemde architect Daniel Marot, werd in 1733 in gebruik genomen. Toen was de stichter van dit hof voor ‘behoeftige arme vrouwen en weduwen’ echter al overleden. Zijn naam was Christoffel van Brants (1664-1732). Hij was een Amsterdamse lutherse koopman die zijn kapitaal verdiende door handel met Rusland. Hij raakte nauw bevriend met tsaar Peter de Grote. Sinds 1717 was hij ambassadeur van de tsaar in Amsterdam. Omdat hij een belangrijke rol speelde bij de consolidering van het gezag van tsaar Peter over Rusland en bij de bemiddeling van werkcontracten voor ambachtslieden die in dienst traden bij de tsaar, werd hij in 1717 vanwege zijn verdiensten in de Russische adelstand verheven. Ook logeerde Peter de Grote bij zijn tweede bezoek aan Holland bij Van Brants thuis aan de Keizersgracht 317 en op diens buitenverblijf Petersburg aan de Vecht. Christoffel stierf als één der rijkste mensen van zijn tijd.

Aan het eind van zijn leven stichtte Van Brants een hofje voor ‘behoeftige’ arme vrouwen en weduwen: het Van Brants Rus Hofje aan de Nieuwe Keizersgracht. Het bood huisvesting en onderhoud aan 48 vrouwen. In de franse tijd werd dit aantal verlaagd tot 28 personen. Vanaf 1984 wonen er studenten die na ballotage kunnen worden toegelaten.

Boven de entree van het hofje staat het volgende vers:
Brantz door de Koopmanschap tot Rijkdom en tot Eer
Geklommen, heeft mij, in der naarnacht van sijn leven
Den Ouden tot hun troost, ter wooninge gegeven.
Aanschouwer, is uw doen gezegend van den Heer
Volg Brantz in deugden en zijn liefde tot den armen:
Godt gaff hem, dat hij mild zig hunner kon erbarmen

Ao 1734

Christoffel van Brants schreef zelf de reglementen voor het bestuur en bewoning van het hofje. Zo waren en zijn er 5 regenten waaronder als voorzitter de oudst-dienstdoende predikant van de Lutherse Gemeente van Amsterdam en vier ouderlingen van diezelfde gemeente. Het hofje werd door inwonende huismeesters (de binnenvader en binnenmoeder genoemd) namens de regenten bestuurd. De inwonende dames moesten zich aan allerlei regels houden maar ontvingen ook veel.

De beneficiën
Deze beneficiën (goede gaven) geven naast de gave van het vrij wonen aan het provenierskarakter van het hofje extra accent. Een provenier was iemand die levenslang een prove genoot in of door een liefdadig gesticht of instelling. Het woord prove komt van het Latijnse woord provenda en betekent een liefdegave in natura. Deze goede gaven bedroegen in totaal een bedrag van f 75 per jaar per persoon.

Gebouw
Het hofje bestaat uit een hoog voorhuis aan de grachtzijde, twee lagere zijvleugels en een achterhuis rondom een binnenplaats. In de tuin achter het hofje staat een tuinhuis. Onder het gebouw zijn kelders die vanaf het begin aan wijnhandelaren werden verhuurd. Binnen het gebouw is nog de originele regentenkamer aanwezig alsmede een museum/stijlkamer waarin nog de twee boven elkaar geplaatste bedsteden te zien zijn. Onder de oorspronkelijke bedeling woonden er twee dames per kamer.

Rond 1972 is het hofje gerestaureerd en verbouwd om bewoning door verpleegkundigen van een nabij gelegen verpleeghuis mogelijk te maken. Toen deze geen gebruik meer maakten van de geboden ruimte is overgegaan tot bewoning door studenten.

Nieuwe Keizersgracht 28-44
1018 DS Amsterdam