Kuyl’s Fundatie

Het Rotterdam van 1812 was een kleine typisch Hollandse stad van nog geen 60.000 inwoners. In een statig huis aan de Nieuwe haven woonde in eenzaamheid, zonder nabestaanden of familieleden, mejuffrouw Anthonetta Kuyl. Zij had op 17 december 1812 bij testament haar gehele vermogen vermaakt aan een op te richten Fundatie, die ten doel zou hebben de bouw en financiering van een Hofje op haar landgoed aan de Schie.

Tot de inwoning zouden gerechtigd zijn 16 weduwen of vrijsters, maar geen zogenaamde juffrouwen. Voor de deftige stand was het Hofje niet bestemd. De gelukkigen, die een plaats in het Hofje kregen, ontvingen – naast vrije inwoning – een uitkering van fl. 100,- per jaar (een leraar aan de Latijnse school verdiende begin 19e eeuw fl. 300,- per jaar!). Bovendien hadden zij recht op kosteloze hulp van dokter of chirurgijn en werden zij vrijgesteld van het geven van nieuwsjaar- en kermisfooien aan vuilnisophalers, schoorsteenvegers en dergelijke.

De regenten van Fundatie
Het bestuur van de Fundatie werd opgedragen aan 4 regenten. Zij vergaderden in het fraaie hoofdgebouw. Daar bevond zich tevens een ‘secure’ bergruimte voor de fondsen en administratie. Deze bestond uit een ijzeren kist met 4 verschillende sloten. Ieder van de regenten kreeg één sleutel in voege dat de eene Administrateur geen acces kan hebben tot fondsen of papieren zonder concurrente van den andere.

De jaarlijkse Administratieve Rekening diende te worden goedgekeurd door de President van het Keizerlijk Gerechtshof. Sinds de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden wordt deze taak thans nog jaarlijks waargenomen door de President van de Hoge Raad.

Mejuffrouw Kuyl was blijkbaar enigszins beducht voor de invloed van de clerus. Om te voorkomen dat dominees haar Fundatie zouden gaan domineren, bepaalde zij dat nooit enig Predikant of Geestelijke als regent kon worden benoemd als begeerende ik dat de zoodanige daarvan altoos moeten zijn uitgesloten en dat zelfs hun invloed bij of omtrent het bestur van aleergemelde Gesticht zooveel mogelijk zal moeten gemenageerd en ontweken.

Onder deze regels leidde het Hofje van 1815 tot 1940 een bloeiend en – zoals bij Hofjes past – rustig bestaan.

Wederopbouw van de Fundatie
Op 14 mei 1940 werd het Hofje getroffen door een bom, waarbij enige inwoonsters werden gewond. In 1940 werd de Schie gedempt met het puin uit de binnenstad. Als gevolg hiervan begon het hoofdgebouw van de Fundatie, dat blijkbaar minder goed gefundeerd was dan de Fundatie zelf, enigszins te verzakken. Restaureren zou een zeer kostbare zaak worden. Mede door het feit dat het naastgelegen oude St. Franciscus Gasthuis wilde uitbreiden en zij de grond van Kuyl’s Fundatie hiervoor wilde gebruiken, kwam de oplossing uit deze hoek. In 1972 werd het Hofje van Kuyl’s Fundatie herbouwd op de huidige locatie: het landgoed ‘Vredenoord’, eigendom van het St. Franciscus Gasthuis. Hierbij werden de huizen van de bewoners aangepast aan de normen van deze tijd. Het fraaie hoofdgebouw werd ‘steen voor steen’ verplaatst en de stijlvolle inrichting behield haar oorspronkelijke staat.

Kuyl’s Fundatie 1814
‘s-Gravenweg 71-105
3062 ZC Rotterdam