Hofje Margaretha Splinter

In de jaren 1646-1647 werd er in Alkmaar volop gebouwd aan een nieuw hofje: en wel het provenhuis van Margaretha Splinter. Het initiatief daartoe was genomen door Margaretha Splinter in 1643, kort voor de dood van haar echtgenoot jonkheer Floris van Jutphaes van Wijnestein in 1644. Ook het geld voor de bouw en het onderhoud was door haar beschikbaar gesteld. Bovendien had zij ervoor gezorgd, dat er een regentencollege kwam, dat na haar dood in 1645 eerst voor de realisatie van het hofje moest zorgen en daarna het beheer op zich moest nemen. Dat regentencollege was, zoals destijds gebruikelijk, samengesteld uit familieleden, in dit geval neven. Daaronder was ook Pieter Jansz. Splinter, in die jaren burgemeester in Den Haag.
Het hofje, dat verrees op de plek waar eerder het woonhuis van Margaretha stond, werd opgetrokken in de op dat moment in Alkmaar gangbare stijl van de late Hollandse renaissance. Aan de straatzijde kwam de regentenkamer, daarachter een rij van acht kamers, bestemd voor acht oude, alleenstaande, onbemiddelde dames. Het was het eerste nieuwbouwhofje van deze omvang dat in de 17de eeuw in Alkmaar tot stand kwam. Het hofje heeft diverse bijzondere kenmerken, zoals de houten zuilengalerij langs het binnenterrein en een groot zandstenen reliëf in het bovenste deel van de voorgevel.

Ritsevoort 2 t/m 2h
1811 DN Alkmaar