Hof Bethlehem

In de 17e eeuw bestonden er in Leiden twee doopsgezinde gemeenten: de Waterlandse en de Vlaamse doopsgezinden. Beide gemeenten beheerden een hofje voor hulpbehoevende gemeenteleden. De Waterlanders hadden het Hof Bethlehem aan de Langegracht (1631) en de Vlaamsen het hof De Houcksteen aan het Levendaal (1660) ‘ten behoeve harer oude zusters’.

In 1701 verenigden de beide doopsgezinde gemeenten zich tot één kerkgenootschap, dat vanaf dat jaar dus twee hofjes had te onderhouden. Met het afnemen van het aantal lidmaten en de veranderde financiële wetgeving bleek dit een te grote opgave, en men besloot één hofje af te stoten. De regenten van het Bethlehemshof aan de Langegracht verkochten in 1811 hun panden voor de som van 1300 gulden en namen hun intrek in De Houcksteen. Het enig overgebleven doopsgezinde hofje aan het Levendaal zou voortaan Hof Bethlehem heten. Sindsdien sieren beide gevelstenen de ingang aan het Levendaal.

Het Hof Bethlehem bestaat uit een binnenhof met 15 woningen en een regentenkamer, en randbebouwing aan de buitenzijde met in totaal 8 woningen. De van oorsprong 17e eeuwse huizen van de randbebouwing werden in 1897 door de Leidse architect W.C. Mulder voorzien van een nieuwe voorgevel in neo-renaissancistische stijl. De oorspronkelijke poort van De Houcksteen werd opgenomen in deze nieuwe gevel.

Het bestuursreglement van het Hof Bethlehem uit de 17e eeuw is gedeeltelijk nog steeds van kracht. Eén van de regenten is traditioneel een afstammeling van de oorspronkelijke stichter en de overige regenten zijn allen lid van de Doopsgezinde Gemeente Leiden. Zij worden door de dominee ‘bevestigd in hun ambt’. In 1729 werden al huisjes ter beschikking gesteld aan anderen dan doopsgezinden. Deze vrijzinnige politiek is ook nu nog van kracht.

Levendaal 105-117
Kraaienstraat 23/27 en Bethlehemshof 1 t/m 17
2311 JG Leiden